INLOGGEN   

Stofwisseling hoe en wat
Hoe wordt energie opgewekt en gebruikt in mijn lichaam

Je lichaam heeft energie nodig om goed te kunnen functioneren. Voedsel is echter niet zoals electriciteit meteen geschikt om als energie te gebruiken, daar zijn een paar bewerkingen voor nodig. Het is door deze bewerkingen dat het mogelijk is om ondanks je overgewicht toch honger te hebben.

Voedsel bevat ingrediënten die je lichaam als brandstof kan gebruiken. Je lichaam moet er echter eerst nog iets mee doen om de
energie die is opgeslagen toegankelijk te maken.

Voor je stofwisseling zijn de volgende ingrediënten van belang:
Vet, Vezels, lange Koolhydraten, kortere Koolhydraten ('suikers') en Proteïnen.


 

Wil je specifiekere informatie over TOON-S, klik dan op één van de links hieronder:

- Bereken BMI, etc.
- Samenstelling TOON-S
- Stofwisseling hoe en wat

Energie kan je meten in de vorm van calorieën. Vet bevat bijvoorbeeld 9 kilocalorie per gram, koolhydraten en proteïnen ongeveer 4 kilocalorie per gram. Hoewel vezels geen energie bevatten zijn ze wel belangrijk bij het transport van het verteerde voedsel door je lichaam en nuttig om in je darmen te hebben. Er zijn aanwijzingen dat vezels ook helpen bij het activeren van de bacterien die helpen bij het verteren van je voedsel. Daarnaast geven ze je natuurlijk een vol en voldaan gevoel.

Je lichaam kan tenminste
drie typen brandstof maken uit je voedsel: Vetzuren, Glucose en Aminozuren. De omzetting van ingrediënten naar brandstoffen zijn als volgt:

  • Vet -> vetzuren
  • Vezel -> gebruikt voor de uitscheiding van ingrediënten
  • Lange koolhydraten -> kortere koolhydraten -> glucose
  • Kortere koolhydraten ('suikers') -> glucose
  • Proteïnen -> Aminozuren

Je voorraad aan brandstoffen:

VETZUREN: Bijna alle cellen in je lichaam kunnen vetzuren opslaan. Ze kunnen ook direct via de bloedbaan getransporteerd worden, zonder dat ze daarvoor hoeven te worden omgezet. Als blijkt dat je niet genoeg cellen hebt om alle vetzuren op te slaan, kan je lichaam eenvoudig zogenaamd vetweefsel aanmaken. Dit weefsel zit onder andere rond je heupen en je maag. Vetweefsel kan vetzuren opslaan in de vorm van triacylglycerol.
Je lichaam slaat op basis van
vetzuren makkelijk tientallen kilo's vet op. En aangezien een kilo vetweefsel een volwassene voor meerdere dagen van energie kan voorzien, heeft de gemiddelde westerse mens genoeg energie om minstens een maand te overleven. Iemand met fors overgewicht draagt vaak genoeg energie mee om een aantal maanden te overleven!

GLUCOSE: Glucose is een klein molecuul dat zich eenvoudig van cel naar cel kan verplaatsen. Op deze manier wordt het eenvoudig getransporteerd. Deze beweeglijkheid helpt niet bij het opslaan van glucose, dus daarvoor wordt het omgezet in een andere stof, glycogeen. Glycogeen is in feite een molecuul dat bestaat uit een flink aantal van de kleinere glucosemoculen. Je kan het zien als een container met glucose, die efficiënt opgeslagen kan worden.
Suikers worden in de vorm van glycogeen opgeslagen in de lever en in de spieren, die ook allebei in staat zijn om glucose in glycogeen om te zetten. De lever is ook in staat om glycogeen in glucose om te zetten, de spieren echter niet. Die zijn wel in staat om glycogeen direct te benutten, of om het in de bloedstroom los te laten, waardoor het naar de lever kan stromen.

Opvallend is dat je maar weinig suikers kan opslaan. Via je voeding opgenomen glucose en korte koolhydraten (zoals de suiker in je koffie) worden vrijwel direct in de bloedstroom opgenomen. Hoewel dit ervoor zorgt dat je lichaam hier meteen over kan beschikken, wordt de dosis glucose die je bloed kan bevatten ook snel overschreden.

Mensen met een normaal gewicht hebben
gemiddeld 5 gram glucose in hun bloed. Een hoeveelheid van meer dan 10 gram glucose in je bloed wordt als teveel gezien, en afgevoerd. Een gemiddelde chocoladereep bevat ongeveer 30 gram suiker, zodat je lichaam daar flink wat van moet afvoeren. Als er meer dan 10 gram glucose via je voedsel in je bloed terecht komt, zorgt je lichaam ervoor dat er insuline wordt geproduceerd. Insuline zorgt ervoor dat je lever en spieren glucose uit je bloed gaan opnemen. Daarnaast zorgt het ervoor dat alle delen van je lichaam die glucose als bron van energie kunnen gebruiken, dit ook gaan doen. Hierdoor vermindert de behoefte aan vet (vetzuren) als brandstof en zal er minder vet verbrand worden.

Buiten de bloedbaan kan je lichaam ongeveer 150 gram glucose opslaan, afhankelijk van je gewicht en conditie.
Glucose is door de hoge transportsnelheid en de lage hoeveelheid die er in opslag beschikbaar is een korte-termijn brandstof. Waar je lichaam voor minstens een maand aan energie in vetweefsel kan opslaan, verbruik je de gehele glucosevoorraad in je lichaam in ongeveer 1 dag. Lange koolhydraten kunnen niet via de bloedbaan vervoerd worden en moeten dus eerst worden omgezet in glucose. Dit duurt enige tijd, wat er voor zorgt dat je bloedbaan niet overspoeld wordt met glucose.

PROTEÏNEN & AMINOZUREN: proteïnen en aminozuren komen voor in je hele lichaam, in samengepakte hoeveelheden of direct beschikbaar. Ze kunnen worden gebruikt bij de vorming van cellen in je lichaam of ter ondersteuning van allerlei processen. Proteïnen worden in je darmkanaal afgebroken tot aminozuren, en via de lever in je bloedbaan gebracht, of opnieuw tot proteine opgebouwd. Vergeleken met glucose zijn er op een gegeven tijdstip veel proteïnen beschikbaar. Alleen je bloed bevat al grofweg 100 gram proteïnen.

Waar
glucose en vetzuren vooral nuttig zijn als energiedrager kennen aminozuren massa's toepassingen. Je zou zelfs kunnen stellen dat je een combinatie van aminozuren 'bent', omdat ze onder andere je DNA vormen, naast een aantal andere interessante dingen. Aminozuren kunnen ook als brandstof worden gebruikt.

Van brandstof naar energie:

Nadat de ingrediënten uit het voedsel zijn omgezet in brandstof en opgeslagen in je lichaam, zijn ze beschikbaar voor verbranding of omzetting. Het energieverbruik van je lichaam is niet vast. Dit hangt af van de 'houding' die door je stofwisseling gekozen wordt, je activiteiten en je lichaamsbouw.

Je lichaam maakt nauwelijks direct gebruik van de eerder genoemde brandstoffen. De meeste processen maken gebruik van de energie die vrijkomt bij een ander proces, namelijk de omzetting van
ATP in ADP. Simpel gezegd: ATP is de brandstof en ADP is wat er onstaat bij de verbranding van ATP. De eerder genoemde brandstoffen zijn als het ware alleen geschikt voor ruilhandel, en de ATP is zoals de euro overal uitgeefbaar. Om de drie typen brandstoffen te kunnen gebruiken moeten ze dus worden omgezet in ATP. Een vervelende omzetting is: van glucose naar glycogeen naar vetweefsel, dit komt voor als de inname van suikers je opslagcapaciteit overstijgt.

Het Energieverbruik:

Nu we weten dat je lichaam gebruikt maakt van ATP als universele energiebron, en nu we weten hoe dit uit voedsel gevormd kan worden, kunnen we naar een aantal grote vragen over stofwisseling gaan kijken. Eén van die vragen, en wellicht de meest interessante, is
'Hoe komt het dat ik honger krijg, terwijl ik toch zeker weet dat ik overgewicht heb?' Waar gebruik je de energie voor?

Je gebruikt energie als je lichamelijk werk doet, dat spreekt voor zich. Echter, de meeste energie gebruik je zonder het te weten. Deze energie is nodig eenvoudig om in leven te blijven, en hoeveelheid die je daarvoor nodig hebt noemt men de
Basic Metabolic Rate (BMR) oftewel het basistempo van je stofwisseling.

Het lichaam gebruikt onder andere energie om je bloed rond te pompen. Elk uur pompt je lichaam 80 liter bloed door je nieren, en dat is erg veel. Verder heb je energie nodig om je lichaam op temperatuur te houden, en je hebt natuurlijk je hersenen. Die hebben altijd veel energie nodig, zelfs wanneer je niet denkt. Het daadwerkelijk doen van dingen levert eigenlijk weinig extra energieverbruik op, zeker in vergelijking met je BMR. Je kan
met behulp van oefeningen eenvoudig je BMR verhogen, op een manier die je weinig energie kost. De winst zit hem in de extra lichaamsinfrastructuur die je ervoor opbouwt en in stand moet houden - die kost vanaf dat moment 24 uur per dag meer energie.

Energie kan niet altijd en overal gevormd worden. Je lichaam geeft het ook niet altijd en overal op dezelfde wijze uit, maar hanteert hiervoor een aantal strategien. Deze strategie lijkt erg op die voor laptops gebruikt wordt -
zo lang mogelijk doen met de beschikbare energie. Het komt erop neer dat je lichaam veel energie verbruikt als het in overvloed is, en in spaarstand gaat als het denkt dat er weinig energie is. Je lichaam zeurt ook als snel om meer energie als er genoeg beschikbaar is (gezien het snelle verbruik).

Het lichaam heeft nogal sterke gedachten over energie. Zoals aangegeven draagt een volwassene genoeg energie mee om een maand te kunnen overleven, en de meesten zelfs veel meer dan dat. Hoewel overleven een groot woord is, kan je er vanuit gaan dat het mogelijk is om
minstens een week niet te eten zonder het functioneren van de stofwisseling in je lichaam zwaar te belasten. Maar toch is het zo dat als je de lunch overslaat, je tegen etenstijd het gevoel hebt dat je sterft van de honger. Dat is nu de strategie van je lichaam. Het lichaam blijkt erg gehecht aan z'n energievoorraden. Dit gaat zo ver dat veel mensen overgewicht opbouwen, en zich nog steeds hongerig voelen na het missen van een maaltijd.

De strategie van je lichaam bepaalt hoe energie wordt verbruikt, en hoe dit in de vorm van voedsel wordt opgenomen. Met name dit laatste is cruciaal.
Als je lichaam te weinig heeft van één van de typen brandstof, stuurt het een signaal dat je moet eten. Dit is ook het geval als je lichaam het brandstoftekort eenvoudig met wat omzettingen zou kunnen oplossen. Divers en gevarieerd eten is dus HEEL belangrijk om je niet hongerig te voelen.